|

De Minister van Wetenschappen en Kunst
Na
het einde van de eerste wereldoorlog, volgen de eerste regeringen
van nationale eenheid (coalities van de drie grote partijen : liberaal,
katholiek, socialistisch) elkaar op en beginnen aan de heropbouw
van ons land.
In 1919 wordt Jules Destrée Minister van Wetenschappen
en Kunst, een functie die sinds 1884 in handen was van de Katholieke
Partij. Hij heeft ook het openbaar Onderwijs onder zijn bevoegdheid,
waar hij de schoolvrede tracht te behouden, niet alleen als overtuigd
humanist maar ook als mens van de dialoog. Werkend voor een openbare,
kosteloze lekenschool verwezenlijkt hij op twintig maanden tijd
betekenisvolle vooruitgang. De belangrijkste stap : de toepassing
van de wettelijke leerplicht van 6 tot 12 jaar, die hij tot 14 jaar
zal verlengen.
Terwijl hij werkt voor de afdeling Wetenschappen,
Letteren en Schone Kunsten, zijn lievelingsdomein, verwezenlijkt
hij in minder dan twee jaren een belangrijk en vernieuwend cultureel
programma.
Hij is ook de stichter van de " Académie
royale de Langue et de Littérature françaises de Belgique
" (website in opbouw), ingehuldigd op 16 februari 1921, en
auteur van de wetgeving op de openbare bibliotheken.
Eén van zijn hoofdbekommernissen is het Belgische
kunstpatrimonium te bewaren, conserveren en verrijken.
Jules Destrée zal zich ook voor de bescherming en de promotie
van ontwerpers, kunstenaars en hun werk inspannen.
Het werk dat Jules Destrée in de regering
presteert, wordt unaniem geprezen. Hij ligt aan de basis van een
eerste voltijds Ministerie van Cultuur.
|