Jules Destrée en Justitie

De loopbaan van Jules Destrée als advocaat kent twee hoogtepunten, die zijn onbetwistbare trouw aan Justitie en zijn meesterschap in de redekunst bevestigen.

Die grote assisenzaken:
- 1886 : " Het proces Falleur-Schmidt ", een proces voor syndicale vrijheid. De twee verantwoordelijken van de vakbond " L'Union verrière " worden er ten onrechte van beschuldigd de aanstokers te zijn van de plundering en brandstichting van de Glasfabriek en het kasteel Baudoux te Jumet, tijdens de arbeidersrellen in de streek van Charleroi. Eerste groot proces, eerste mislukking, eerste desillusie tegenover gerechtelijke dwaling.
- 1889 : " Le grand Complot ", het proces over de politieke vrijheid van het recht op staking. 87 beschuldigden, allen leden van de "Republikeins-socialistische Partij van Alfred Defuisseaux " die een algemene staking hadden georganiseerd en het Algemeen Stemrecht hadden opgeëist. Geïnterpreteerd als een poging om de regering ten val te brengen. Eerste overwinning en algemene vrijspraak.
- 1923 : " Het communistische complot" , een proces voor de vrijheid van meningsuiting en antimilitarisme. Jules Destrée verdedigt Léon Lesoil, gewezen mijnwerker en secretaris van de " Communistische Federatie van Charleroi ".
Nog een grote overwinning : de beschuldigde wordt vrijgesproken.

Arbeidsrecht :
- 1924 : " De Arbeidswet " onder redactie van Jules Destrée en Max Hallet. In de " De Arbeidswet " komt de wil tot uiting om de strafwet (Code Napoléon) te moderniseren in het licht van de technologische vooruitgang ten gevolge van de industriële revolutie.