Een zeer speciale materie…

Glas onderscheidt zich van andere materialen door zijn zeer bijzondere fysische en chemische karakteristieken. De viscositeit bijvoorbeeld varieert rechtstreeks in functie van de temperatuur : vloeibaar bij het smelten (ongeveer 1400°C voor gewoon glas), meer en meer stroperig bij afkoeling (ongeveer 800°C) en uiteindelijk stevig en elastisch bij omgevingstemperatuur.

De tijdsperiode waarbij het glas een kneedbare pasta blijft, die het bewerken mogelijk maakt, heet het werkplatform : het varieert in functie van de samenstelling van het glas, die het meer of minder gevoelig maakt voor variaties in temperatuur en geschikter om na een korte opwarming weer een zekere vervormbaarheid te bereiken.

Door de opmerkelijke plasticiteit kan het met de hand worden vervormd, gegoten, geperst, uitgerokken, gelamineerd, geblazen, gekleefd… Rond 500°C wordt het weer hard en breekbaar.