|
Jean RANSY (Baulers, 1910 - Courcelles, 1991)
Als
virtuoze technicus schept Jean Ransy er blijkbaar een waar
genoegen in de warmte van hout weer te geven, de kilte van
metaal, de zachtheid van pluimen. Deze esthetiserende aanleg
weerhoudt de artiest van een puur surrealistische aanpak waartoe
sommigen hem rekenen.
Door en subtiel gebruik van talrijke symbolen brengt de artiest
een universum tot stand waarvan de draagkracht de grenzen
van het schilderij overstijgt. Surrealisme, symbolisme, hyperrealisme
geven aanleiding tot werken waarvan de warme tinten het mysterie
minder verontrustend maken.
Zijn gevoel voor compositie en zijn uitgesproken smaak voor
tekeningen geven de doeken een klassiek evenwicht, gewijd
aan verlaten lagunes, sombere heiligdommen, aan seculiere
stenen. Aan de zijde van G. Camus,
A. Darville, M. Gibon, J.
Grégoire en A. Mascaux, is Ransy lid van de vereniging
" Les artistes des cahiers du nord " (De artiesten
van de schriften van het Noorden), opgericht in 1946.
|

 |