|
Jean PORTAELS (Vilvoorde, 1818 - Schaarbeek, 1895)
Schilder van de geschiedenis, van religieuze composities,
oriëntaalse taferelen en portretten, komt deze artiest
komt uit een burgergezin en kan worden beschouwd als een overgangsschilder
tussen het neoclassicisme van Navez, waarvan hij een leerling
was, en het romantisme van Wappers (1803-1860).
Portaels blijft echter halfweg het conventionele steken,
zowel in de wijze waarop hij zijn onderwerp behandelt als
in zijn klassieke visie op een exotisch thema. De rol die
Portaels speelde in de Belgische culturele kringen van de
XIXde eeuw is primordiaal.
Als belangrijkste vertegenwoordiger van de reizende oriëntalisten
bij het Museum voor Schone Kunsten, schetst Portaels met zijn
schilderkunst een beeld van het Oosten dat overeenkomt met
de dromen van de romantici. Pierre-Jean
Van der Ouderaa (1841-1915) blijft van zijn kant eerder
trouw aan de atmosfeer van deze zonovergoten landen.
In 1844, iets meer dan tien jaar na Delacroix (1798-1863),
reist hij door Noord-Afrika en brengt hele reeksen schetsen
mee over het thema, die hij tijdens zijn loopbaan zal gebruiken
als referentiemateriaal.
De keuze van het behandelde thema, de helderheid die zijn
hele werk kenmerkt en een zekere vrijheid in de interpretatie,
zijn het gevolg van de impact van het romantisme en van het
exotisme dat hij met zich meedraagt.
|

 |