|
Pierre PAULUS (Châtelet, 1881 - Brussel, 1959)
Deze
schilder, lithograaf en keramist komt uit een artiestenfamilie.
Tijdens het begin van zijn loopbaan wordt hij beïnvloed
door de Franse impressionistische school en het luminisme
dat eigen is aan Emile Claus (1849-1924) en zijn school. Zijn
eerste landschappen zijn ervan doordrongen, zowel qua techniek,
de keuze van onderwerpen, als de levendige, warme kleurtinten.
Constantin Meunier (1831-1905)
maakt met zijn realistische schilderkunst en sociale thema's
een diepe indruk op P. Paulus. Hij overlijdt in 1905. Vanaf
die datum verschijnen van Paulus de eerste doeken die zijn
doordrongen met de industriële
atmosfeer van de oevers van de Samber.
In 1910 knoopt Paulus vriendschapsbanden aan met Jules
Destrée (1863-1936). Het volgende jaar realiseert
hij Jeunesse (Jeugd), een betekenisvol werk in zijn
loopbaan en één van de meesterwerken van het
Salon voor Moderne Kunst tijdens de Tentoonstelling van Charleroi
in 1911.
Van het romantische realisme van Jeunesse evolueert
Paulus vervolgens naar een kunst met expressionistische accenten,
die doen denken aan Permeke. Het werk met het mes in een overdadige
pasta onthult een rijkelijk kleurenpalet, met schier eindeloze
nuanceringen. Hij vormt heldhaftige figuren van mijnwerkers,
metaalarbeiders of sleepsters, die het grootste deel van een
zwaarwichtig en somber decor vullen, in navolging van artiesten
als Marius Carion (1898-1949).
|