|
Constantin MEUNIER (Etterbeek, 1831 - Brussel, 1905)
Schilder
en beelhouwer werd Meunier achtereenvolgens opgeleid in de
ateliers van Charles Auguste Fraikin (1817- ?) (beeldhouwkunst)
en François-Joseph Navez
(1787-1869) (schilderkunst). Hij is in de eerste plaats schilder,
maar het tweede deel van zijn loopbaan is gewijd aan de beeldhouwkunst.
Vanaf 1870 wordt het arbeidersproletariaat de belangrijkste
inspiratiebron van Meunier.
Dit thema komt goed overeen met het temperament van de artiest,
die een voorkeur heeft voor de dagelijkse realiteit van de
volksmensen en het werk van de arbeider. Hij vervalt echter
niet in miserabilisme of overdreven politisering. Voor hem
volstaat het registreren van een unieke en gedeelde werkrealiteit,
in een echte plastische voorstelling van de arbeider, zonder
nodeloze glans.
Naast het pure fysische en psychologische registreren, creëert
Meunier een synthese van de arbeider die dichtbij de allegorie
staat en tijdloze en permanente typetjes maakt.
Maximilien Luce (1885-1941), Pierre
Paulus (1881-1959), Alex-Louis
Martin (1887-1954) laten zich door hetzelfde thema inspireren,
maar kiezen voor verschillende invalshoeken.
|