René MAGRITTE (Lessines, 1898 - Schaerbeek, 1967)

Het universum van René Magritte is zonder twijfel één van de meest aangrijpende uit de geschiedenis van de kunst. Elk beeld is bij hem lang gepremediteerd. Zijn denkwereld, gericht op de subjectiviteit van de taal, kiest voor een storende invraagstelling : een wereld waarvan de aders zijn verkalkt door vooroordelen met zware consequenties.

René Magritte verlaat de efficiënte objectiviteit van een " Plastique pure " alleen om een andere efficiëntie te ervaren: die van een dagelijkse realiteit in een misplaatste tijd en ruimte.

Eén van de essentiële paradoxen van het werk van René Magritte is het verlichten van de kennis met de schaduw van een mysterie. Dat is eveneens het thema dat wordt behandeld in La Fée ignorante (de onwetende fee) die verschijnt als een samenvatting van een groot deel van het surrealisme van Magritte: mijmeringen uit de kinderjaren, electieve affiniteiten, schaalverschillen, materie in dienst van een idee…

Het Waalse surrealisme kent nog enkele andere belangrijke vertegenwoordigers, zoals Armand Simon (1906-1981) die voor het automatische schrijven kiest dat werd gepromoot door André Breton (1896-1966).

Het Museum voor Schone Kunsten bezit acht doeken van René Magritte uit de verschillende periodes van zijn werk. Ondermeer de maquette van de muurschildering van de Congreszaal van het Paleis voor Schone Kunsten (Paleis voor Schone Kunsten van Charleroi) (1957).