|
Maximilien LUCE (Parijs, 1885-1941)
Deze
Franse schilder werd achtereenvolgens opgeleid in de gravure
en de schilderkunst en beweegt zich in de kringen van Camille
Pissarro, Cross, Van Rijsselberghe en Signac, die vormen trachten
op te bouwen aan de hand van gescheiden tinten.
Luce voelt zich in eerste instantie aangetrokken tot de natuur
en de landschappen. Maar hij keert zich snel af van zijn eerste
werken, nadat hij met het werk van Constantin
Meunier een domein ontdekt dat hem bijzonder interesseert.
Hij is immers een anarchistische militant, die tot de arbeidersklasse
behoort.
Zijn aanwezigheid in de verzamelingen van het Museum van
Charleroi wordt verantwoord door de talrijke reizen die de
artiest in deze regio ondernam, in gezelschap van Van Rijsselberghe
en Meunier. Door gebruik te maken van de gescheiden toets
kan men het bruisende van de regio krachtig vatten, de vormen,
kleuren en lichtinval van dit industriële gebied exploreren.
In tegenstelling met de impressionisten, geometriseert de
artiest de toets, brengt er systeem in en laat de impressionistische
mist optrekken ten voordele van een stevige structuur.
|