Paul DELVAUX (Antheit, 1897 - St-Idesbald, 1994)

De schilderijen van Paul Delvaux worden bevolkt door narcotische wezens, die onverschillig zijn voor mekaar. Ze lijken dan ook voort te spruiten uit het brein van iemand die te vroeg volwassen werd.
Skeletten, nauwelijks rijpe naakte jonge vrouwen, pueriele jongemannen, gehallucineerde wetenschappers, verlaten stations, gesloten huizen zijn de weerkerende beelden in zijn werk : onirische visioenen, pretentieloos, kinderdromen van een ontroerende naïviteit, geplaatst in decors waarin de invloed van De Chirico (1888 - 1979) alomtegenwoordig is.

Hoewel hij veel aandacht besteedt aan de strengheid van de compositie, laat de artiest, conform met de surrealisten, weinig plaats voor de effecten van de materie. Niets is gemodelleerd, redundantie van het penseel wordt geweerd. Vanuit louter technisch standpunt lijkt hij alleen geïnteresseerd in het perspectief. Dat participeert in de onirische composities, bakent er de grenzen van af en versterkt door de vreemde en bijna schoolse strengheid het mysterie dat uit het doek spreekt.

In een intimistisch universum, middenin een architectuur van klassieke lijnen en in een zwaarwegende stilte van stilzwijgendheid, organiseert Delvaux zijn composities met de nauwkeurigheid van een ijverige leerling… Het Museum voor Schone Kunsten bezit een schilderij en twee lithografieën van Paul Delvaux.